Wanneer is dit handig?
Wanneer je een vaste werkwijze hebt (toon, format) of wanneer je terugkerende bewerkingen wilt automatiseren.
Stap voor stap
1. Ga naar de Bibliotheek → Assistentinstructies.Je vindt dit via het menu (bibliotheek).
2. Klik op het “+”-icoon om een nieuwe instructie aan te maken
3. Vul de Titel en Beschrijving in
Titel: kort en actiegericht
Beschrijving: wanneer en waarvoor je de instructie gebruikt
4. Schrijf de instructietekst duidelijk, bijvoorbeeld:
“Maak het verslag 30–40% korter. Behoud de medische kern. Verwijder geen behandelmaatregelen.”
“Vervang ‘de patiënt’ door passende voornaamwoorden op basis van de context.”
“Schrijf een patiëntenbrief met nadruk op de eerdere medische voorgeschiedenis die is geplakt in ‘mijn notities’.”
5. Opslaan en testen. Sla de instructie op, test deze op een voorbeeldverslag en pas aan waar nodig.
Tips
Schrijf duidelijk en concreet, alsof je een heldere opdracht aan een collega geeft: doel, kaders en uitzonderingen
Wees expliciet over:
format (alinea’s vs. opsommingen)
toon (neutraal, klinisch)
wat nooit mag worden gewijzigd (bijv. medische waarden, medicatielijst)
Houd het principe aan: één instructie = één doel (voor beter hergebruik)
Probleemoplossing
Onverwacht format? Voeg expliciete instructies toe, zoals: “Wijzig de volgorde van de secties niet.”
Te weinig effect? Verhoog de precisie en geef een duidelijk doel (“verkort met 30–40%”).
Te creatief resultaat? Beperk dit met: “Voeg geen nieuwe informatie toe.”