Er zijn verschillende manieren om ervoor te zorgen dat je verbale triggers tijdens een consult correct worden geactiveerd. Als je een trigger hebt aangemaakt die op een natuurlijke manier in het gesprek past, hoef je er alleen op te letten dat de woorden exact worden uitgesproken zoals ze in de zin zijn gedefinieerd.
Bijvoorbeeld: als je een zin hebt voor een hartonderzoek met de trigger “het hart klinkt goed”, moet je ervoor zorgen dat je deze woorden precies zo tegen de patiënt uitspreekt op het juiste moment.
Voor verbale triggers die niet vanzelfsprekend in het gesprek met de patiënt voorkomen, kun je de zin activeren door de trigger uit te spreken nadat de patiënt de ruimte heeft verlaten, maar voordat je het verslag genereert. Dit geeft je de mogelijkheid om te controleren of de trigger correct wordt getranscribeerd.
Deze werkwijze kan nuttig zijn, ongeacht of je denkt dat de trigger tijdens het consult al is uitgesproken of niet, om er zeker van te zijn dat de gewenste zinnen in het verslag worden opgenomen.